Groentips & Groeninfo

Dahlia’s terug van weggeweest

De Dahlia mag weer. Janneke van der Brugge kwam ons 15 oktober vertellen hoe we dit mooie gewas in onze tuin kunnen toepassen. Voor de pauze ging haar verhaal over de oorsprong, geschiedenis van verspreiding en veredeling van de soort. Van oorsprong komt de plant uit Mexico, er zijn 12 inheemse soorten bekend. De eerste Dahlia's waren vooral enkelbloemig. Vanaf de 18e eeuw begon men in Europa de plant te veredelen. Door kruising van de verschillende botanische soorten ontstonden nieuwe soorten met gevulde bloemen.  Inmiddels zijn er ruim 20.000 cultivars bekend waarvan een klein percentage voor de handel wordt gekweekt. Nog steeds zijn de veredelaars niet klaar met de Dahlia, zo wordt nu geëxperimenteerd met een kruising tussen een Dahlia en de Chocolade Cosmos (ook een knolplant met de geur van chocolade), met als doel een geurende Dahlia te verkrijgen. De vele cultivars zijn onderverdeeld in tien groepen. Janneke legde de verschillen tussen deze groepen uit aan de hand van dia's. Er zijn veel verschillende bloemvormen en ook verschillende groottes, van piepkleine pomponnetjes tot bloemen zo groot als schotels.  Alle kleuren komen voor behalve zwart en blauw.

In de pauze werden de door Janneke meegebrachte knollen verkocht, er waren heel veel liefhebbers die van deze gelegenheid gebruik maakten om hun verzameling aan te vullen.

Na de pauze kwam de verzorging van de Dahlia aan bod. Janneke gaf ons de volgende tips: De Dahlia is niet kieskeurig wat grondsoort betreft. Op zandgrond kan al vanaf half april geplant worden. Mensen met vochtige- of kleigrond kunnen beter wachten tot half mei. De plant houdt van een plek in de zon. Als u een Dahlia knol heeft waarvan u niet zeker weet of er nog leven in zit moet u voorzichtig een klein stukje van de bast bij de wortelhals weghalen. Als dat nog vochtig aan voelt zit er nog leven in. De wortelhals is het verdikte stukje onderaan de steel. Wanneer een knol flink is uitgedroogd, kunt u hem even in een emmertje water laten weken.

Geef de knollen gelijk bij het planten al een flinke dosis mest en plant ze niet te diep. De wortelhals hoeft maar net onder de grond te zitten. Ongeveer drie weken na het planten komen de eerste scheuten boven de grond. Tien weken later verschijnen de eerste bloemen. De verzorging is verder eenvoudig. Als steeds tijdig de uitgebloeide bloemen weggehaald worden en er zo nu en dan een beetje mest gegeven wordt bloeit uw Dahlia door tot de eerste nachtvorst.

Dahlia’s vermeerderen kan door middel van stekken, splitsen en zaaien. Voor stekken snijdt men enkele uitlopers van de knol. Bij splitsen moet men erop letten dat er een stukje steel met wortelhals aan de knol blijft zitten, zonder dit zal de knol niet uitlopen. Zaaien gaat ook goed maar een cultivar zal dan niet soortecht terug komen.

Dahlia’s zijn niet winterhard, als u ze wil overhouden moeten ze voor de vorst de grond uit. Snoei de planten op 15 cm af, haal ze uit de grond met een spitvork en schud de grond eraf. Laat ze eerst een paar dagen drogen en vergeet niet een labeltje aan de knol te hangen met naam of kleur en hoogte. Daarna  donker, koel en tochtvrij bewaren. Janneke bewaart haar knollen in de geweven kunststof zakken die ze als puinafvalzakken verkopen bij de bouwmarkt.

Michele Hillebrands  

Tip voor alle liefhebbers op zoek naar nog veel meer Dahlia informatie: Neem een kijkje op de zeer informatieve website van de Nederlandse Dahlia Vereniging.                                                                                                                                  

 


Tips van Janneke v.d. Brugge

Dahlia: onderhoud gedurende het seizoen

Planten: Bij gunstig – warm en relatief, droog – voorjaarsweer kan de knol al half april geplant worden op zandgrond. Op nattere en koudere grondsoorten 2 a 3 weken later. Bij koud en nat voorjaarsweer vanaf begin mei. Plant de knol net iets onder het grondoppervlak. Een enigszins verhoogd plantbed/border is gunstig voor de drainage, dahliaknollen houden niet van natte voeten. Dahlia’s dienen op een zonnige plek te staan.

Mesten: Kunstmest: 12-10-18 (NPK), 150 gram per m2. Ook is een extra kaligift nodig van 150 gram per m2. De 12-10-18 is na 6 weken uit de grond gespoeld en moet nog 2 keer herhaald worden (telkens om de 6 weken) tot uiterlijk begin augustus.

Bij organische mest: koemestkorrels, Culterra, verrotte stalmest o.i.d., bij korrels ook 150 gram per m2, bij stalmest een laagje van een paar cm opbrengen en doorspitten. Dit laatste moet dus vòòr het planten van de knollen gebeuren, de andere mestsoorten kunnen zowel voor als na het planten toegediend worden. Tevens nog een kaligift geven (hoeveelheid zie boven). Na 8 weken de mestgift herhalen, dit is voldoende voor het seizoen. Na het mesten en planten alles goed water geven.

Algemeen onderhoud: In het begin van het groeiseizoen is het vooral belangrijk dat het concurrerende onkruid verwijderd wordt. Doe dit met de hand of een handvorkje o.i.d. Pas op met de schoffel, dan worden de knollen snel beschadigd. Bij droogte goed water geven.

Op de fijnere (zand) gronden wil de grond nogal eens dichtslaan door regenval. Er vormt zich dan een algachtig laagje op de oppervlakte. Haal dit om de paar weken open met een schrepel of (voorzichtig) met de schoffel, zodat er een goede zuurstofuitwisseling is tussen de lucht en de grond. Ondersteun de Dahliaplanten met palen en gaas, bamboestokken, rijshout of ander materiaal. Doe dit op tijd, niet als de planten al (te) groot zijn. Dief de Dahlia’s naar believen, voor groter bloemen op de vaas. Haal de 2 bovenste paren bloemknoppen uit de bladoksels weg. Scheur ze er a.h.w. naar één kant uit. Verwijder oude bloemen als ze over hun top zijn.

Rooien en opslaan: Na de eerste nachtvorsten kunnen de knollen uit de grond gehaald worden. Er mag ook gewacht worden tot de echte dagvorst er is. Label de planten op tijd en knip ze af tot ongeveer 10 cm boven de grond. Laat de knollen enkele dagen goed drogen. Er mag aarde aan blijven zitten. Splits de knollen in het najaar (is lastiger) of in het voorjaar (gaat makkelijker). Sla ze op in de zgn. puinzakken op een vorstvrije, vocht- en tochtvrije plek. In kratten met zand of turf kan ook. Knollen in pot kunnen met pot en al bewaard worden. Deze in maart beginnen met voorzichtig water te geven.

Janneke v.d. Brugge

 

meer
Deel dit artikel:
19
Sep
herinrichting tuin achter
14
Sep
Hill Station Cameron - Blik op de Tuin no. 867