Activiteiten & Actueel

Zaaien

Tips om van zaaien een succes te maken !

Begin met goed materiaal: Vers zaad van een betrouwbaar adres, schone potten en kant en klare zaai- en stek grond.

Kies gemakkelijk kiemende soorten: De meeste eenjarigen behoren hiertoe. Ze moeten in een jaar kiemen, groeien, bloeien en zaad vormen en zijn daarom uitgerust met gemakkelijk en snel kiemend zaad.

Lees de zaaibeschrijving van de zaadleverancier: Is die er niet zoek dan op internet of in boeken naar informatie.

Zaai eenjarigen niet te vroeg in het jaar: Wacht met zaaien tot maart / april i.v.m. de langere periode van daglicht.

Zoek alle materialen die je gaat gebruiken bij elkaar: Zaden, labels, potjes, grond, grind, water(bak), zaaikasje of bak enz.

Schrijf alvast de labels, voor elk potje één label.

Doe de grond in de potjes: Tot aan de kop toe vol, daarna potje schudden zodat de grond wat in elkaar zakt en dan zachtjes egaliseren. Dan de zaden op de potgrond leggen of strooien, een laagje grond of grind erop en voorzichtig zachtjes iets aandrukken.

Zaai niet al het zaad in een keer: Zaai maximaal 2 x de hoeveelheid die je nodig hebt. Gebruik van het opgekomen zaad de mooiste, gezondste en grootste zaailingen om verder op te kweken. Mislukt het zaaisel dan kan je nog een poging wagen. Meestal zit er voldoende zaad in de zakjes voor 2 of 3 pogingen.

Zaai niet te diep: Als regel niet dieper dan 2x de dikte van het zaad.

Zaai niet te veel in een potje: Zaailingen die opgepropt in een potje staan krijgen niet voldoende ruimte om allemaal een goed wortelgestel te ontwikkelen.

Water geven: Na het zaaien de potten in een bak met water zetten zodat ze zich vol kunnen zuigen. Meestal is de grond dan voldoende vochtig en hoeft er tot het zaad kiemt geen water meer gegeven te worden. Geef je namelijk water met een gieter dan verstoor je de grond te veel en dus ook het zaad.

Zet de potten op een geschikte plaats: Zoek een plek die geschikt is voor de soort zaden die gezaaid zijn, voor eenjarigen is dat op de vensterbank (voldoende licht) in een verwarmde kamer (20°C).

Controleer dagelijks of er wat opkomt: Als de zaailingen opkomen de potten op een koele plek in het licht plaatsen, niet in direct zonlicht.

Heb geduld: Sommige soorten wachten met kiemen tot de omstandigheden gunstig zijn en andere soorten kiemen gewoon langzaam en onregelmatig. Maar je hebt ook soorten die na een week al boven de grond komen kijken.

Verzorgen van de zaailingen: Ze hebben water nodig, matig maar voldoende, laat ze vooral niet uitdrogen maar ook niet in kletsnatte grond staan. Een plantenspuit is in het begin een handig hulpmiddel, een andere methode is water geven door de potten even in een bak water te zetten. Dit is goed voor de wortelontwikkeling, die groeien dan sneller naar beneden op zoek naar water.

Zaailingen hebben ook licht nodig, plantjes die niet genoeg licht krijgen gaan omhoog op zoek naar licht en krijgen rare lange, dunne en slappe stengeltjes. Zet zaailingen dus bij voorkeur voor het raam. Niet alle zaailingen willen een koele plek. Pepers hebben bijvoorbeeld veel hogere temperaturen nodig dan venkel of  zonnebloem. Door goed naar de plantjes te kijken zie je of ze het naar hun zin hebben, groeien ze niet goed zet je ze warmer of kouder.

Heel vaak is zaaien gewoon doen en goed observeren. Lukt het niet dan probeer je iets anders, en al doende leer je het vanzelf. Zet maar eens twee potten (of meer) met dezelfde zaailingen op verschillende plaatsen, warmer/kouder of in zon/schaduw en kijk naar de verschillen.

Verspenen:

Wanneer de zaailingen groot genoeg zijn om te hanteren en ze elkaar verdringen in hun zaaibakje is het tijd om ze te verspenen. Ze moeten minimaal een echt blad gemaakt hebben. Wacht niet te lang met verspenen, als de zaailingen al veel wortels gemaakt hebben groeien deze door elkaar en beschadig je ze als je de verschillende plantjes uit elkaar moet halen. Prik de zaailingen met een stokje of vorkje uit het zaaibakje maak met hetzelfde stokje een gaatje in de grond en laat het plantje hier tot aan de 1e blaadjes inzakken. De zaailingen niet bij het steeltje vastpakken, maar bij een blad.

Zet alles van te voren klaar: potjes gevuld met potgrond, bak water, etiketten. De kleine plantjes niet langer dan noodzakelijk met hun tere worteltjes blootstellen aan de droge lucht.

Pas verspeende plantjes warm en licht zetten maar niet in de zon. Pas als je weer groei waarneemt kan je ze koeler en in de zon zetten.

Water geven: Niet te veel en niet te weinig, matig maar voldoende. Laat de zaailingen niet uitdrogen maar ook niet in kletsnatte grond staan. Controleer regelmatig.

Afharden: Dat is de warm opgekweekte planten laten wennen aan de koude buitentemperatuur. Dat bereik je door ze eerst alleen overdag dichtbij je huis in de ochtend zon te zetten, een beetje beschut tegen weer en wind. Zet ze in koude nachten (nachtvorst) weer naar binnen.  

Uitplanten in de tuin: Niet-winterharde plantjes kan je in de tuin planten na 15 mei, dan is de kans op nachtvorst nihil. Ook winterharde vaste planten niet te vroeg in de tuin planten, ze kunnen later wel tegen de vorst maar moeten eerst wennen aan de kou.

Nazorg: Controleer de eerste dagen/weken regelmatig of de plantjes een extra drupje water nodig hebben, niet te veel verwennen want de wortels moeten zelf op zoek naar water.

Sommige plantjes zijn een lekkernij voor slakken, bescherm ze door er een paar slakkenkorrels  bij te strooien. Verwijder onkruid. Hou ze in de gaten.

Succes met zaaien, verspenen en vertroetelen. Veel plezier met het uiteindelijke resultaat.

Michèle Hillebrands

 

 

meer

zaaien

 

 

het begin is er !

de zaailingen van Andrys

groenmarkt

15
Jan
Vergeten smaakmakers en paradijskorrels (Blik op de Tuin - 884)
10
Jan
VAN VERVAL TOT HOTEL